Vervoeging van het Duitse werkwoord bekleben
De vervoeging van het werkwoord bekleben (beplakken, plakken) is regelmatig. De basisvormen zijn beklebt, beklebte en hat beklebt. Het hulpwerkwoord van bekleben is "haben". Het voorvoegsel be- van bekleben is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord bekleben beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor bekleben. Je kunt niet alleen bekleben vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen ☆
C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk
beklebt · beklebte · hat beklebt
laminate, paste, adhere, attach, paste up with, stick, stick all (over)
/bəˈkleːbn̩/ · /bəˈkleːpt/ · /bəˈkleːptə/ · /bəˈkleːpt/
etwas an/auf etwas mit Hilfe eines Leims (Kleber, Klebstoff) befestigen, oftmals so, dass nur noch wenig vom Untergrund zu sehen ist; zukleben
(acc., mit+D)
» Das Pferd, das er im Kindergarten gebastelt hatte, war mit Glitter und buntem Krepppapier beklebt
. The horse that he had made in kindergarten was covered with glitter and colorful crepe paper.
De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van bekleben
Onvoltooid verleden tijd
| ich | beklebte |
| du | beklebtest |
| er | beklebte |
| wir | beklebten |
| ihr | beklebtet |
| sie | beklebten |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
indicatief
Het werkwoord bekleben vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd
Onvoltooid verleden tijd
| ich | beklebte |
| du | beklebtest |
| er | beklebte |
| wir | beklebten |
| ihr | beklebtet |
| sie | beklebten |
Perfectum
| ich | habe | beklebt |
| du | hast | beklebt |
| er | hat | beklebt |
| wir | haben | beklebt |
| ihr | habt | beklebt |
| sie | haben | beklebt |
Volt. verl. tijd
| ich | hatte | beklebt |
| du | hattest | beklebt |
| er | hatte | beklebt |
| wir | hatten | beklebt |
| ihr | hattet | beklebt |
| sie | hatten | beklebt |
Toekomende tijd I
| ich | werde | bekleben |
| du | wirst | bekleben |
| er | wird | bekleben |
| wir | werden | bekleben |
| ihr | werdet | bekleben |
| sie | werden | bekleben |
voltooid tegenwoordige toekomende tijd
| ich | werde | beklebt | haben |
| du | wirst | beklebt | haben |
| er | wird | beklebt | haben |
| wir | werden | beklebt | haben |
| ihr | werdet | beklebt | haben |
| sie | werden | beklebt | haben |
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Conjunctief
De vervoeging van het werkwoord bekleben in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.
Voltooid Konj.
| ich | habe | beklebt |
| du | habest | beklebt |
| er | habe | beklebt |
| wir | haben | beklebt |
| ihr | habet | beklebt |
| sie | haben | beklebt |
Konj. volt. verl. t.
| ich | hätte | beklebt |
| du | hättest | beklebt |
| er | hätte | beklebt |
| wir | hätten | beklebt |
| ihr | hättet | beklebt |
| sie | hätten | beklebt |
Voorwaardelijke wijs II (würde)
Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.
Imperatief
De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord bekleben
⁵ Alleen in informeel taalgebruik
Infinitief/Deelwoord
De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor bekleben
Voorbeelden
Voorbeeldzinnen voor bekleben
-
Das Pferd, das er im Kindergarten gebastelt hatte, war mit Glitter und buntem Krepppapier
beklebt
.
The horse that he had made in kindergarten was covered with glitter and colorful crepe paper.
-
Ich
beklebe
die Wand mit Urlaubsfotos.
I'm sticking holiday photos all over the wall.
-
Sie hatte ihr Notizbuch über und über mit Star-Wars-Aufklebern
beklebt
.
She had covered her notebook from top to bottom with Star Wars stickers.
-
Für die Ordenssterne schneidet man eine Grundform von Pappe und
beklebt
sie so schön als möglich mit sternförmigen Scheiben von Gold- und farbigem Glanzpapier.
For the order stars, one cuts a basic shape from cardboard and decorates it as beautifully as possible with star-shaped discs of gold and colored shiny paper.
Voorbeelden
Vertalingen
Vertalingen van het Duitse bekleben
-
bekleben
laminate, paste, adhere, attach, paste up with, stick, stick all (over)
наклеивать, оклеивать, облепить, облепливать, облеплять, оклеить, приклеивать, обклеивать
pegar, adhesivar, pegar a, pegar en
coller, adhérer, emballer, étiqueter
kaplamak, yapıştırmak
colar, adesivar, colar em, forrar
incollare, attaccare
adeziv, lipi
beragasztani, ragasztani
obkleić, okleić, oklejać, przykleić
κολλάω
beplakken, plakken
nalepit, polepovat, polepovatpit, přilepit
fästa, klistra, klistra på
beklæbe, klæbe, overklæbe
接着する, 貼る
encolar, enganxar, fixar
liimata, tarrata
klebe
itsatsi
lepljenje, oblepljivanje
залепување
lepljenje, nalepka
prilepiť
oblijepiti, zalijepiti
oblijepiti, obljepljivati, zalijepiti
обклеїти, приклеїти
залепям, покривам
заліпваць, пакрываць
menempelkan
dán
yopishtirmoq
चिपकाना
粘贴
ติด
붙이다
yapışdırmaq
დაკრა
চিপকানা
ngjit
चिपकवणे
चिपकाउन
పేస్టు పెట్టడం
pielīmēt
ஒட்டுதல்
liimima
կպցնել
yapıştırmak
הדבקה
تثبيت، لصق
چسباندن
چپکانا، چپکنا
bekleben in dict.cc
Vertalingen
Doe mee
Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.
|
|
Inloggen |
Definities
Betekenissen en synoniemen van bekleben- etwas an/auf etwas mit Hilfe eines Leims (Kleber, Klebstoff) befestigen, oftmals so, dass nur noch wenig vom Untergrund zu sehen ist, zukleben
Betekenissen Synoniemen
Voorzetsels
Voorzetsels voor bekleben
Verbuigingsregels
Gedetailleerde regels voor vervoeging
- Vorming van Tegenwoordige tijd van bekleben
- Vorming van Onvoltooid verleden tijd van bekleben
- Vorming van Imperatief van bekleben
- Vorming van Konjunktiv I van bekleben
- Vorming van Konjunktiv II van bekleben
- Vorming van Infinitief van bekleben
- Vorming van Deelwoord van bekleben
- Hoe vervoeg je werkwoorden in het Duits?
Afleidingen
Afgeleide vormen van bekleben
≡ beplanken
≡ beharken
≡ reinkleben
≡ beobachten
≡ einkleben
≡ zukleben
≡ beschildern
≡ aufkleben
≡ befürchten
≡ beschriften
≡ bekleistern
≡ beschalten
≡ festkleben
≡ begütigen
≡ auskleben
≡ überkleben
Woordenboeken
Alle vertaalwoordenboeken
Duitse werkwoord bekleben vervoegen
Overzicht van alle tijden van het werkwoord bekleben
De vervoeging van het werkwoord bekleben wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord bekleben is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (beklebt - beklebte - hat beklebt) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary bekleben en op bekleben in de Duden.
bekleben vervoeging
| Tegenwoordige tijd | Onvoltooid verleden tijd | Conjunctief I | Conjunctief II | Imperatief | |
|---|---|---|---|---|---|
| ich | bekleb(e) | beklebte | beklebe | beklebte | - |
| du | beklebst | beklebtest | beklebest | beklebtest | bekleb(e) |
| er | beklebt | beklebte | beklebe | beklebte | - |
| wir | bekleben | beklebten | bekleben | beklebten | bekleben |
| ihr | beklebt | beklebtet | beklebet | beklebtet | beklebt |
| sie | bekleben | beklebten | bekleben | beklebten | bekleben |
indicatief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich bekleb(e), du beklebst, er beklebt, wir bekleben, ihr beklebt, sie bekleben
- Onvoltooid verleden tijd: ich beklebte, du beklebtest, er beklebte, wir beklebten, ihr beklebtet, sie beklebten
- Perfectum: ich habe beklebt, du hast beklebt, er hat beklebt, wir haben beklebt, ihr habt beklebt, sie haben beklebt
- Voltooid verleden tijd: ich hatte beklebt, du hattest beklebt, er hatte beklebt, wir hatten beklebt, ihr hattet beklebt, sie hatten beklebt
- Toekomende tijd I: ich werde bekleben, du wirst bekleben, er wird bekleben, wir werden bekleben, ihr werdet bekleben, sie werden bekleben
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beklebt haben, du wirst beklebt haben, er wird beklebt haben, wir werden beklebt haben, ihr werdet beklebt haben, sie werden beklebt haben
Conjunctief Actief
- Tegenwoordige tijd: ich beklebe, du beklebest, er beklebe, wir bekleben, ihr beklebet, sie bekleben
- Onvoltooid verleden tijd: ich beklebte, du beklebtest, er beklebte, wir beklebten, ihr beklebtet, sie beklebten
- Perfectum: ich habe beklebt, du habest beklebt, er habe beklebt, wir haben beklebt, ihr habet beklebt, sie haben beklebt
- Voltooid verleden tijd: ich hätte beklebt, du hättest beklebt, er hätte beklebt, wir hätten beklebt, ihr hättet beklebt, sie hätten beklebt
- Toekomende tijd I: ich werde bekleben, du werdest bekleben, er werde bekleben, wir werden bekleben, ihr werdet bekleben, sie werden bekleben
- voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde beklebt haben, du werdest beklebt haben, er werde beklebt haben, wir werden beklebt haben, ihr werdet beklebt haben, sie werden beklebt haben
Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief
- Onvoltooid verleden tijd: ich würde bekleben, du würdest bekleben, er würde bekleben, wir würden bekleben, ihr würdet bekleben, sie würden bekleben
- Voltooid verleden tijd: ich würde beklebt haben, du würdest beklebt haben, er würde beklebt haben, wir würden beklebt haben, ihr würdet beklebt haben, sie würden beklebt haben
Imperatief Actief
- Tegenwoordige tijd: bekleb(e) (du), bekleben wir, beklebt (ihr), bekleben Sie
Infinitief/Deelwoord Actief
- Infinitief I: bekleben, zu bekleben
- Infinitief II: beklebt haben, beklebt zu haben
- Tegenwoordig deelwoord: beklebend
- Participle II: beklebt