Vervoeging van het Duitse werkwoord abtrinken

De vervoeging van het werkwoord abtrinken (afdrinken) is onregelmatig. De basisvormen zijn trinkt ab, trank ab en hat abgetrunken. De ablaut vindt plaats met de stamklinkers i - a - u. Het hulpwerkwoord van abtrinken is "haben". De eerste lettergreep ab- van abtrinken is scheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Hoofdzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord abtrinken beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor abtrinken. Je kunt niet alleen abtrinken vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Opmerkingen

onregelmatig · haben · scheidbaar

ab·trinken

trinkt ab · trank ab · hat abgetrunken

 Verandering van de stamklinker  i - a - u 

Engels drink off

/ˈapˌtʁɪŋkən/ · /tʁɪŋkt ap/ · /tʁaŋk ap/ · /ˈtʁɛn.kə ap/ · /ˈapɡəˌtʁʊŋkn̩/

oberste Schicht von einem Gefäß trinken

(acc., von+D)

» Er trinkt ab und zu mal Wein. Engels He drinks wine from time to time.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van abtrinken

Tegenwoordige tijd

ich trink(e)⁵ ab
du trinkst ab
er trinkt ab
wir trinken ab
ihr trinkt ab
sie trinken ab

Onvoltooid verleden tijd

ich trank ab
du trankst ab
er trank ab
wir tranken ab
ihr trankt ab
sie tranken ab

Imperatief

-
trink(e)⁵ (du) ab
-
trinken wir ab
trinkt (ihr) ab
trinken Sie ab

Konjunktief I

ich trinke ab
du trinkest ab
er trinke ab
wir trinken ab
ihr trinket ab
sie trinken ab

Konjunktief II

ich tränke ab
du tränkest ab
er tränke ab
wir tränken ab
ihr tränket ab
sie tränken ab

Infinitief

abtrinken
abzutrinken

Deelwoord

abtrinkend
abgetrunken

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord abtrinken vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

ich trink(e)⁵ ab
du trinkst ab
er trinkt ab
wir trinken ab
ihr trinkt ab
sie trinken ab

Onvoltooid verleden tijd

ich trank ab
du trankst ab
er trank ab
wir tranken ab
ihr trankt ab
sie tranken ab

Perfectum

ich habe abgetrunken
du hast abgetrunken
er hat abgetrunken
wir haben abgetrunken
ihr habt abgetrunken
sie haben abgetrunken

Volt. verl. tijd

ich hatte abgetrunken
du hattest abgetrunken
er hatte abgetrunken
wir hatten abgetrunken
ihr hattet abgetrunken
sie hatten abgetrunken

Toekomende tijd I

ich werde abtrinken
du wirst abtrinken
er wird abtrinken
wir werden abtrinken
ihr werdet abtrinken
sie werden abtrinken

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

ich werde abgetrunken haben
du wirst abgetrunken haben
er wird abgetrunken haben
wir werden abgetrunken haben
ihr werdet abgetrunken haben
sie werden abgetrunken haben

⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Er trinkt ab und zu mal Wein. 
  • Ich trinke ab und zu gerne einen Fasswein. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord abtrinken in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

ich trinke ab
du trinkest ab
er trinke ab
wir trinken ab
ihr trinket ab
sie trinken ab

Konjunktief II

ich tränke ab
du tränkest ab
er tränke ab
wir tränken ab
ihr tränket ab
sie tränken ab

Voltooid Konj.

ich habe abgetrunken
du habest abgetrunken
er habe abgetrunken
wir haben abgetrunken
ihr habet abgetrunken
sie haben abgetrunken

Konj. volt. verl. t.

ich hätte abgetrunken
du hättest abgetrunken
er hätte abgetrunken
wir hätten abgetrunken
ihr hättet abgetrunken
sie hätten abgetrunken

Toekomende aanvoegende wijs I

ich werde abtrinken
du werdest abtrinken
er werde abtrinken
wir werden abtrinken
ihr werdet abtrinken
sie werden abtrinken

Toek. volt. aanw.

ich werde abgetrunken haben
du werdest abgetrunken haben
er werde abgetrunken haben
wir werden abgetrunken haben
ihr werdet abgetrunken haben
sie werden abgetrunken haben

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

ich würde abtrinken
du würdest abtrinken
er würde abtrinken
wir würden abtrinken
ihr würdet abtrinken
sie würden abtrinken

Verleden cond.

ich würde abgetrunken haben
du würdest abgetrunken haben
er würde abgetrunken haben
wir würden abgetrunken haben
ihr würdet abgetrunken haben
sie würden abgetrunken haben

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord abtrinken


Tegenwoordige tijd

trink(e)⁵ (du) ab
trinken wir ab
trinkt (ihr) ab
trinken Sie ab

⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor abtrinken


Infinitief I


abtrinken
abzutrinken

Infinitief II


abgetrunken haben
abgetrunken zu haben

Tegenwoordig deelwoord


abtrinkend

Participle II


abgetrunken

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor abtrinken


  • Er trinkt ab und zu mal Wein. 
    Engels He drinks wine from time to time.
  • Ich trinke ab und zu gerne einen Fasswein. 
    Engels I like to drink barrel wine from time to time.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse abtrinken


Duits abtrinken
Engels drink off
Russisch отпивать, отпить, отхлебнуть, отхлёбывать, пить верхний слой
Spaans sorber, beber, sorbete
Frans oberste Schicht trinken
Turks üst katı içmek
Portugees beber, tomar
Italiaans oberste Schicht trinken
Roemeens beți stratul superior
Hongaars felső réteg
Pools spijać, spić, upijać, upić, odlać
Grieks καταναλώνω
Nederlands afdrinken
Tsjechisch odpít, upít, pít vrchní vrstvu
Zweeds överskott
Deens drikke af, overflade
Japans 上澄みを飲む
Catalaans beure, beure'n
Fins yläkerros juoda
Noors overflaten drikke
Baskisch gainetik edan
Servisch piti gornji sloj
Macedonisch пиење од површината
Sloveens piti zgornjo plast
Slowaaks vrchná vrstva
Bosnisch piti gornji sloj
Kroatisch piti gornji sloj
Oekraïens пити верхній шар
Bulgaars пийване на горния слой
Wit-Russisch піць верхні слой
Indonesisch minum dari atas
Vietnamees uống lớp trên, uống phần trên
Oezbeeks ustidan ichmoq, ustki qatlamini ichmoq
Hindi ऊपर से पीना, ऊपरी परत पीना
Chinees 从上面喝, 喝上层
Thais ดื่มจากด้านบน
Koreaans 윗부분을 마시다
Azerbeidzjaans üstündən içmək
Georgisch ზედა ფენის დალევა, ზედიდან დალევა
Bengaals উপরে থেকে পান করা, উপরের স্তর পান করা
Albanees pi nga sipër, pi shtresën e sipërme
Marathi वरचा थर पिणे, वरून पिणे
Nepalees माथिबाट पिउनु, माथिल्लो तह पिउनु
Telugu పై నుంచి త్రాగు
Lets dzert no virspuses, dzert virskārtu
Tamil மேல்பகுதியிலிருந்து குடிக்க
Ests pealmist kihti jooma, pealt jooma
Armeens վերևի շերտը խմել, վրայից խմել
Koerdisch ji serê vexwarin
Hebreeuwsלשתות
Arabischشرب السطح العلوي
Perzischآخرین قطره
Urduاوپر کی تہہ

abtrinken in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van abtrinken

  • oberste Schicht von einem Gefäß trinken

abtrinken in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Voorzetsels

Voorzetsels voor abtrinken


  • jemand/etwas trinkt etwas von etwas ab
  • jemand/etwas trinkt von etwas ab

Toepassingen  Voorzetsels 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord abtrinken vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord abtrinken


De vervoeging van het werkwoord ab·trinken wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord ab·trinken is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (trinkt ab - trank ab - hat abgetrunken) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary abtrinken en op abtrinken in de Duden.

abtrinken vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich trink(e) abtrank abtrinke abtränke ab-
du trinkst abtrankst abtrinkest abtränkest abtrink(e) ab
er trinkt abtrank abtrinke abtränke ab-
wir trinken abtranken abtrinken abtränken abtrinken ab
ihr trinkt abtrankt abtrinket abtränket abtrinkt ab
sie trinken abtranken abtrinken abtränken abtrinken ab

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich trink(e) ab, du trinkst ab, er trinkt ab, wir trinken ab, ihr trinkt ab, sie trinken ab
  • Onvoltooid verleden tijd: ich trank ab, du trankst ab, er trank ab, wir tranken ab, ihr trankt ab, sie tranken ab
  • Perfectum: ich habe abgetrunken, du hast abgetrunken, er hat abgetrunken, wir haben abgetrunken, ihr habt abgetrunken, sie haben abgetrunken
  • Voltooid verleden tijd: ich hatte abgetrunken, du hattest abgetrunken, er hatte abgetrunken, wir hatten abgetrunken, ihr hattet abgetrunken, sie hatten abgetrunken
  • Toekomende tijd I: ich werde abtrinken, du wirst abtrinken, er wird abtrinken, wir werden abtrinken, ihr werdet abtrinken, sie werden abtrinken
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde abgetrunken haben, du wirst abgetrunken haben, er wird abgetrunken haben, wir werden abgetrunken haben, ihr werdet abgetrunken haben, sie werden abgetrunken haben

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ich trinke ab, du trinkest ab, er trinke ab, wir trinken ab, ihr trinket ab, sie trinken ab
  • Onvoltooid verleden tijd: ich tränke ab, du tränkest ab, er tränke ab, wir tränken ab, ihr tränket ab, sie tränken ab
  • Perfectum: ich habe abgetrunken, du habest abgetrunken, er habe abgetrunken, wir haben abgetrunken, ihr habet abgetrunken, sie haben abgetrunken
  • Voltooid verleden tijd: ich hätte abgetrunken, du hättest abgetrunken, er hätte abgetrunken, wir hätten abgetrunken, ihr hättet abgetrunken, sie hätten abgetrunken
  • Toekomende tijd I: ich werde abtrinken, du werdest abtrinken, er werde abtrinken, wir werden abtrinken, ihr werdet abtrinken, sie werden abtrinken
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ich werde abgetrunken haben, du werdest abgetrunken haben, er werde abgetrunken haben, wir werden abgetrunken haben, ihr werdet abgetrunken haben, sie werden abgetrunken haben

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ich würde abtrinken, du würdest abtrinken, er würde abtrinken, wir würden abtrinken, ihr würdet abtrinken, sie würden abtrinken
  • Voltooid verleden tijd: ich würde abgetrunken haben, du würdest abgetrunken haben, er würde abgetrunken haben, wir würden abgetrunken haben, ihr würdet abgetrunken haben, sie würden abgetrunken haben

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: trink(e) (du) ab, trinken wir ab, trinkt (ihr) ab, trinken Sie ab

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: abtrinken, abzutrinken
  • Infinitief II: abgetrunken haben, abgetrunken zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: abtrinkend
  • Participle II: abgetrunken

Opmerkingen



Inloggen

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 153129

* De zinnen van Tatoeba (tatoeba.org) zijn gratis beschikbaar onder de CC BY 2.0 FR (creativecommons.org/licenses/by/2.0/fr/) licentie. Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via: 1496015