Vervoeging van het Duitse werkwoord vergittern ⟨Bijzin⟩

De vervoeging van het werkwoord vergittern (afschermen, beveiligen) is regelmatig. De basisvormen zijn ... vergittert, ... vergitterte en ... vergittert hat. Het hulpwerkwoord van vergittern is "haben". Het voorvoegsel ver- van vergittern is onscheidbaar. De verbuiging vindt plaats in het Actief en wordt gebruikt als Bijzin. Voor een beter begrip zijn talloze voorbeelden van het werkwoord vergittern beschikbaar. Voor oefenen en consolidatie zijn er ook gratis werkbladen voor vergittern. Je kunt niet alleen vergittern vervoegen, maar ook alle Duitse werkwoorden. Het werkwoord behoort tot de woordenschat van het Zertifikat Deutsch of niveau C2. Opmerkingen

C2 · regelmatig · haben · onlosmakelijk

vergittern

... vergittert · ... vergitterte · ... vergittert hat

 Geen informele e-wegval mogelijk 

Engels bar, barred, grate, grid, grill, grilled, lattice, screen

/fɐˈɡɪtɐn/ · /fɐˈɡɪtɐt/ · /fɐˈɡɪtɐtə/ · /fɐˈɡɪtɐt/

eine Öffnung mit einem Gitter schützen, sichern; vergitterte Fenster; Gitter anbringen, gittern

acc.

» Manche Menschen fürchten sich sehr vor Einbrechern und vergittern deshalb ihre Fenster. Engels Some people are very afraid of burglars and therefore grid their windows.

De eenvoudig vervoegde werkwoordsvormen in de tegenwoordige, verleden, gebiedende en aanvoegende wijs van vergittern

Tegenwoordige tijd

... ich vergitt(e)⁴r(e)⁵
... du vergitterst
... er vergittert
... wir vergittern
... ihr vergittert
... sie vergittern

Onvoltooid verleden tijd

... ich vergitterte
... du vergittertest
... er vergitterte
... wir vergitterten
... ihr vergittertet
... sie vergitterten

Imperatief

-
vergitt(e)⁴r(e)⁵ (du)
-
vergittern wir
vergittert (ihr)
vergittern Sie

Konjunktief I

... ich vergitt(e)⁴re
... du vergitterst
... er vergitt(e)⁴re
... wir vergittern
... ihr vergittert
... sie vergittern

Konjunktief II

... ich vergitterte
... du vergittertest
... er vergitterte
... wir vergitterten
... ihr vergittertet
... sie vergitterten

Infinitief

vergittern
zu vergittern

Deelwoord

vergitternd
vergittert

⁴ Gebruik zelden of ongebruikelijk⁵ Alleen in informeel taalgebruik


indicatief

Het werkwoord vergittern vervoegd in de aantonende wijs Actief in de tijden tegenwoordige, verleden en toekomende tijd


Tegenwoordige tijd

... ich vergitt(e)⁴r(e)⁵
... du vergitterst
... er vergittert
... wir vergittern
... ihr vergittert
... sie vergittern

Onvoltooid verleden tijd

... ich vergitterte
... du vergittertest
... er vergitterte
... wir vergitterten
... ihr vergittertet
... sie vergitterten

Perfectum

... ich vergittert habe
... du vergittert hast
... er vergittert hat
... wir vergittert haben
... ihr vergittert habt
... sie vergittert haben

Volt. verl. tijd

... ich vergittert hatte
... du vergittert hattest
... er vergittert hatte
... wir vergittert hatten
... ihr vergittert hattet
... sie vergittert hatten

Toekomende tijd I

... ich vergittern werde
... du vergittern wirst
... er vergittern wird
... wir vergittern werden
... ihr vergittern werdet
... sie vergittern werden

voltooid tegenwoordige toekomende tijd

... ich vergittert haben werde
... du vergittert haben wirst
... er vergittert haben wird
... wir vergittert haben werden
... ihr vergittert haben werdet
... sie vergittert haben werden

⁴ Gebruik zelden of ongebruikelijk⁵ Alleen in informeel taalgebruik


  • Manche Menschen fürchten sich sehr vor Einbrechern und vergittern deshalb ihre Fenster. 

Conjunctief

De vervoeging van het werkwoord vergittern in de conjunctief I en II en in de tijden tegenwoordige tijd, verleden tijd, perfectum, plusquamperfectum en toekomende tijd.


Konjunktief I

... ich vergitt(e)⁴re
... du vergitterst
... er vergitt(e)⁴re
... wir vergittern
... ihr vergittert
... sie vergittern

Konjunktief II

... ich vergitterte
... du vergittertest
... er vergitterte
... wir vergitterten
... ihr vergittertet
... sie vergitterten

Voltooid Konj.

... ich vergittert habe
... du vergittert habest
... er vergittert habe
... wir vergittert haben
... ihr vergittert habet
... sie vergittert haben

Konj. volt. verl. t.

... ich vergittert hätte
... du vergittert hättest
... er vergittert hätte
... wir vergittert hätten
... ihr vergittert hättet
... sie vergittert hätten

Toekomende aanvoegende wijs I

... ich vergittern werde
... du vergittern werdest
... er vergittern werde
... wir vergittern werden
... ihr vergittern werdet
... sie vergittern werden

Toek. volt. aanw.

... ich vergittert haben werde
... du vergittert haben werdest
... er vergittert haben werde
... wir vergittert haben werden
... ihr vergittert haben werdet
... sie vergittert haben werden

⁴ Gebruik zelden of ongebruikelijk

Voorwaardelijke wijs II (würde)

Vervangende vormen van de Konjunktiv II worden vervoegd met "würde" als persoonsvorm.


Conjunctief II

... ich vergittern würde
... du vergittern würdest
... er vergittern würde
... wir vergittern würden
... ihr vergittern würdet
... sie vergittern würden

Verleden cond.

... ich vergittert haben würde
... du vergittert haben würdest
... er vergittert haben würde
... wir vergittert haben würden
... ihr vergittert haben würdet
... sie vergittert haben würden

Imperatief

De vervoegingsvormen in de gebiedende wijs Actief tegenwoordige tijd voor het werkwoord vergittern


Tegenwoordige tijd

vergitt(e)⁴r(e)⁵ (du)
vergittern wir
vergittert (ihr)
vergittern Sie

⁴ Gebruik zelden of ongebruikelijk⁵ Alleen in informeel taalgebruik

Infinitief/Deelwoord

De infinitieve vormen deelwoord en infinitief (met 'zu') in Actief voor vergittern


Infinitief I


vergittern
zu vergittern

Infinitief II


vergittert haben
vergittert zu haben

Tegenwoordig deelwoord


vergitternd

Participle II


vergittert

Voorbeelden

Voorbeeldzinnen voor vergittern


  • Manche Menschen fürchten sich sehr vor Einbrechern und vergittern deshalb ihre Fenster. 
    Engels Some people are very afraid of burglars and therefore grid their windows.

Voorbeelden 

Vertalingen

Vertalingen van het Duitse vergittern


Duits vergittern
Engels bar, barred, grate, grid, grill, grilled, lattice, screen
Russisch заделать решёткой, заделывать решёткой, защищать, ограждать, решетчатый, с решеткой
Spaans enrejar, enrejado, proteger con reja
Frans grillager, barreauder, grillage, grille, pourvoir d'un grillage, pourvoir d'une grille, protéger, treillager
Turks parmaklık takmak, ızgara, ızgara ile güvence altına almak, ızgara ile korumak
Portugees gradeado, gradear, grelhar, proteger com grade
Italiaans finestrature, graticolare, grigliare, griglie, proteggere con griglia
Roemeens grilaj
Hongaars rácsos védelem, rácsozott
Pools kratować, kratowane okna, okratować, zabezpieczać
Grieks κιγκλιδώνω, πλέγμα, συρματόπλεγμα
Nederlands afschermen, beveiligen, geëgaliseerde ramen, traliën, van tralies voorzien
Tsjechisch mřížkovat, mřížovaná okna, zabezpečit, zamřížovat
Zweeds gallerfönster, gitter
Deens gitterbeskytte, gitterede vinduer, sikre, tilgitre
Japans 格子で保護する, 格子で守る, 格子窓
Catalaans gitterar, reixat
Fins ristikkoinen, suojaa, verkottaa
Noors gitter, gitterbeskyttelse, gittervinduer
Baskisch sareak, saretu, saretzea
Servisch osigurati, rešetkasti prozori, zaštititi
Macedonisch заштита, обезбедување, решетки
Sloveens rešetke, zavarovati, ščititi, žaluzije
Slowaaks mriežka, mriežkované okná, zabezpečiť
Bosnisch osigurati, rešetkasti prozori, zaštititi
Kroatisch osigurati, rešetkasta prozora, zaštititi
Oekraïens обгороджувати, гратчасті вікна, захищати
Bulgaars заграждам, осигурявам, решетъчни прозорци
Wit-Russisch агароджа, забарона, забітыя вокны
Indonesisch memasang jeruji, memasang terali, memasang teralis
Vietnamees làm song cửa, lắp lưới chắn, lắp song sắt
Oezbeeks panjara o'rnatmoq, panjara o‘rnatmoq, panjara qo'yish, panjara qo‘ymoq
Hindi सलाखें लगाना, ग्रिल लगाना, जाली लगाना
Chinees 加装防盗窗, 加装防盗网, 安装窗栏杆, 安装铁栅栏
Thais ติดลูกกรง, ติดเหล็กดัด
Koreaans 창살을 달다, 방범창 설치하다, 창살을 설치하다
Azerbeidzjaans barmaqlıq qoymaq, barmaqlıq quraşdırmaq
Georgisch გისოსებით აღჭურვა, გისოსების დაყენება
Bengaals জালি লাগানো, গ্রিল লাগানো, লোহার শিক লাগানো
Albanees montoj hekra, vendos hekra, vë hekra
Marathi गज बसवणे, गज लावणे, ग्रिल बसवणे, जाळी बसवणे
Nepalees ग्रिल लगाउनु, जाली जडान गर्नु, सलाख लगाउनु, सलाखी लगाउनु
Telugu గ్రిల్ అమర్చడం, గ్రిల్ అమర్చు, గ్రిల్ వేయడం, జాలి అమర్చు
Lets aizrestot
Tamil கம்பி ஜாலி அமைத்தல், கிரில் பொருத்தல், கிரில் பொருத்து, ஜாலி அமைக்க
Ests trelle paigaldama, võrestama
Armeens վանդակապատել, ճաղապատել
Koerdisch grîl danîn, mîl danîn, qefesandin
Hebreeuwsלגדר، מְסֻגָּרִים
Arabischتأمين، حماية، مُشَبَّك
Perzischتوری کردن، محافظت با توری، پنجره‌های مشبک
Urduجالی، جالی سے محفوظ کرنا، جالی لگانا

vergittern in dict.cc


Vertalingen 

Doe mee


Help ons en word een held door nieuwe inzendingen toe te voegen en bestaande te beoordelen. Als dank kun je deze website zonder advertenties gebruiken zodra je een bepaald aantal punten hebt behaald.



Inloggen

Alle helden 

Definities

Betekenissen en synoniemen van vergittern

  • eine Öffnung mit einem Gitter schützen, sichern, vergitterte Fenster, Gitter anbringen, gittern

vergittern in openthesaurus.de

Betekenissen  Synoniemen 

Verbuigingsregels

Gedetailleerde regels voor vervoeging

Woordenboeken

Alle vertaalwoordenboeken

Duitse werkwoord vergittern vervoegen

Overzicht van alle tijden van het werkwoord vergittern


De vervoeging van het werkwoord vergittern wordt online overzichtelijk weergegeven in een werkwoordschema met alle vormen in enkelvoud en meervoud, en in alle personen (1e, 2e, 3e persoon). De verbuiging van het werkwoord vergittern is dus een hulpmiddel voor huiswerk, toetsen, examens, Duitse les op school, Duits leren, studie en volwasseneneducatie. Vooral voor mensen die Duits leren is het belangrijk om de juiste vervoeging en de correcte vormen (... vergittert - ... vergitterte - ... vergittert hat) te kennen. Meer informatie vind je op Wiktionary vergittern en op vergittern in de Duden.

vergittern vervoeging

Tegenwoordige tijd Onvoltooid verleden tijd Conjunctief I Conjunctief II Imperatief
ich ... vergitt(e)r(e)... vergitterte... vergitt(e)re... vergitterte-
du ... vergitterst... vergittertest... vergitterst... vergittertestvergitt(e)r(e)
er ... vergittert... vergitterte... vergitt(e)re... vergitterte-
wir ... vergittern... vergitterten... vergittern... vergittertenvergittern
ihr ... vergittert... vergittertet... vergittert... vergittertetvergittert
sie ... vergittern... vergitterten... vergittern... vergittertenvergittern

indicatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich vergitt(e)r(e), ... du vergitterst, ... er vergittert, ... wir vergittern, ... ihr vergittert, ... sie vergittern
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich vergitterte, ... du vergittertest, ... er vergitterte, ... wir vergitterten, ... ihr vergittertet, ... sie vergitterten
  • Perfectum: ... ich vergittert habe, ... du vergittert hast, ... er vergittert hat, ... wir vergittert haben, ... ihr vergittert habt, ... sie vergittert haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vergittert hatte, ... du vergittert hattest, ... er vergittert hatte, ... wir vergittert hatten, ... ihr vergittert hattet, ... sie vergittert hatten
  • Toekomende tijd I: ... ich vergittern werde, ... du vergittern wirst, ... er vergittern wird, ... wir vergittern werden, ... ihr vergittern werdet, ... sie vergittern werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich vergittert haben werde, ... du vergittert haben wirst, ... er vergittert haben wird, ... wir vergittert haben werden, ... ihr vergittert haben werdet, ... sie vergittert haben werden

Conjunctief Actief

  • Tegenwoordige tijd: ... ich vergitt(e)re, ... du vergitterst, ... er vergitt(e)re, ... wir vergittern, ... ihr vergittert, ... sie vergittern
  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich vergitterte, ... du vergittertest, ... er vergitterte, ... wir vergitterten, ... ihr vergittertet, ... sie vergitterten
  • Perfectum: ... ich vergittert habe, ... du vergittert habest, ... er vergittert habe, ... wir vergittert haben, ... ihr vergittert habet, ... sie vergittert haben
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vergittert hätte, ... du vergittert hättest, ... er vergittert hätte, ... wir vergittert hätten, ... ihr vergittert hättet, ... sie vergittert hätten
  • Toekomende tijd I: ... ich vergittern werde, ... du vergittern werdest, ... er vergittern werde, ... wir vergittern werden, ... ihr vergittern werdet, ... sie vergittern werden
  • voltooid tegenwoordige toekomende tijd: ... ich vergittert haben werde, ... du vergittert haben werdest, ... er vergittert haben werde, ... wir vergittert haben werden, ... ihr vergittert haben werdet, ... sie vergittert haben werden

Voorwaardelijke wijs II (würde) Actief

  • Onvoltooid verleden tijd: ... ich vergittern würde, ... du vergittern würdest, ... er vergittern würde, ... wir vergittern würden, ... ihr vergittern würdet, ... sie vergittern würden
  • Voltooid verleden tijd: ... ich vergittert haben würde, ... du vergittert haben würdest, ... er vergittert haben würde, ... wir vergittert haben würden, ... ihr vergittert haben würdet, ... sie vergittert haben würden

Imperatief Actief

  • Tegenwoordige tijd: vergitt(e)r(e) (du), vergittern wir, vergittert (ihr), vergittern Sie

Infinitief/Deelwoord Actief

  • Infinitief I: vergittern, zu vergittern
  • Infinitief II: vergittert haben, vergittert zu haben
  • Tegenwoordig deelwoord: vergitternd
  • Participle II: vergittert

Opmerkingen



Inloggen

* De definities zijn deels afkomstig van Wiktionary (de.wiktionary.org) en kunnen achteraf zijn gewijzigd. Ze zijn vrij beschikbaar onder de CC-BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0) licentie: 110692

* De zinnen uit Wiktionary (de.wiktionary.org) zijn vrij beschikbaar onder de licentie CC BY-SA 3.0 (creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.de). Sommige zijn aangepast. De auteurs van de zinnen zijn te vinden via de volgende links: 110692